Kiescollege (electoral college)
Als Amerikanen hun president kiezen, dan speelt het kiescollege een belangrijke rol. Op deze pagina lees je meer over het kiescollege.
Wat is het kiescollege?
Normaal gesproken win je een verkiezing als je de meeste stemmen hebt. Door het kiescollege is dat niet nodig bij Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het kiescollege is namelijk bepalend voor de uitslag en niet zozeer de hoeveelheid stemmen. Normaal gesproken komt het vaker voor dat een kandidaat én het kiescollege wint én de meeste stemmen ontvangt maar dit hoeft dus niet altijd zo te zijn.
Het kiescollege is dus het systeem waarmee Amerikanen indirect een president kiezen.
- Er zijn 538 kiesmannen en een meerderheid van 270 is nodig om de verkiezing te winnen.
- Er zijn 50 staten in de VS en de hoeveelheid kiesmannen per staat verschilt. Staten met veel inwoners hebben meer kiesmannen.
- De presidentiële verkiezingen zijn de enige verkiezingen in de VS waarbij het kiescollege van toepassing is. Dus niet bij verkiezingen voor het Congres.
- Als een kandidaat in een staat de meeste stemmen krijgt, dan wint die over het algemeen alle kiesmannen van die staat. Dus als een kandidaat bijvoorbeeld wint in Texas, dan krijgt die alle kiesmannen van Texas.
- Elke staat heeft minimaal 3 kiesmannen. Verder is het afhankelijk van het aantal vertegenwoordigers van een staat in het Congres. Praktisch betekent dit dat hoe meer inwoners een staat heeft, hoe meer kiesmannen het heeft.
Waarom bestaat het kiescollege?
Het kiescollege komt voort uit de Amerikaanse grondwet en werd bedacht in 1787. Het was eigenlijk een soort compromis. Het werd gezien als een alternatief voor 2 andere manieren:
- Een manier waarbij de kandidaat met de meeste stemmen wint.
- Een manier waarbij het Congres de president kiest.
Daarnaast werd het kiescollege beschouwd als een systeem die de macht van grote staten een beetje kon beperken.
Winnen zonder de meeste stemmen
Een kandidaat kan dus president worden zonder dat het landelijk de meeste stemmen hoeft te krijgen. Een bekend voorbeeld is Donald Trump in 2016.
- Hij kreeg ongeveer 63 miljoen van de stemmen. Zijn tegenstander Hillary Clinton kreeg bijna 66 miljoen stemmen.
- Maar Trump won 306 kiesmannen tegenover de 232 van Clinton.
- Trump won een verrassend aantal staten, inclusief staten als Wisconsin, Michigan en Pennsylvania.
Gelijkspel
In theorie kan het voorkomen dat er een gelijkspel ontstaat waarin twee kandidaten allebei 269 kiesmannen winnen. In dat geval wordt de president dan gekozen door het Huis van Afgevaardigden in het Congres.
Controversie
Het kiescollege is controversieel. Er zijn voor- en tegenstanders.
Voorstanders
Voorstanders van het kiescollege noemen een aantal redenen:
- Het reflecteert het federale karakter van de VS met 50 staten.
- Om president te worden zul je waarschijnlijk steun en populariteit moeten vinden in verschillende staten in plaats van alleen de staten met veel inwoners.
Tegenstanders
Tegenstanders noemen bijvoorbeeld dit als hun redenen:
- Een kandidaat kan president worden zonder landelijk de meeste stemmen te winnen.
- Inwoners van kleinere staten hebben relatief gezien eigenlijk iets meer invloed op de verkiezingsuitslag dan inwoners in de grotere staten.
- De praktijk heeft laten zien dat de verkiezingen voornamelijk draaien om een klein aantal ‘swing states‘ waarbij het niet vantevoren te voorspellen is welke kandidaat zal winnen in die staten.
Swing state
Swing states spelen een zeer belangrijke rol in het kiescollege systeem. Bij veel staten is namelijk van tevoren wel redelijk te voorspellen welke kandidaat er zal winnen en dus alle kiesmannen krijgt.
Maar er zijn een aantal staten die afwisselend naar Democraten of Republikeinen gaan en dus eigenlijk nog steeds competitief zijn. Deze staten worden swing states genoemd. Dit zijn dus ook de staten waar kandidaten intensief campagne voeren.
Kiesmannen
Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen is meestal al snel duidelijk wie de verkiezingen heeft gewonnen. Toch wordt de president formeel pas later gekozen door de kiesmannen.
De kiesmannen komen in december bijeen in hun eigen staat om hun officiële stem uit te brengen. In de meeste staten moeten zij stemmen op de kandidaat die daar de meeste stemmen heeft gekregen. De precieze regels kunnen verschillen per staat. Een kiesman die zich daar niet aan houdt kan bijvoorbeeld een boete krijgen of vervangen worden. Deze kiesmannen worden ook wel faithless electors genoemd.
Dat gebeurde ook bij de verkiezingen van 2016. Donald Trump kreeg op basis van de verkiezingsuitslagen 306 kiesmannen toegewezen maar 2 daarvan brachten hun stem anders uit. Dit had verder geen gevolgen voor de uitslag van de presidentsverkiezingen van 2016. Na het wegvallen van 2 kiesmannen had Trump er 304 en dat was nog steeds meer dan de vereiste 270.
